Het Practoraat Mediawijsheid & Burgerschap voert praktijkgericht onderzoek uit om nieuwe ideeën te testen en kennis te vergaren ter verbetering van de onderwijspraktijk. Veronique van Kimmenade onderzocht hoe studenten binnen de opleiding Mediavormgever prestatiedruk en stress ervaren. Uit enquêtes en gesprekken met studenten bleek dat verwachtingen van docenten en de manier waarop feedback wordt geïnterpreteerd een rol spelen in hoe studenten feedbackmomenten beleven.
Uit gesprekken bleek dat studenten behoefte hebben aan meer houvast. Daarom is een feedbackkaart ontwikkeld: een praktische gesprekstool die studenten helpt vooraf na te denken over wat zij willen bespreken en welke hulpvraag zij hebben. Tegelijk stimuleert de kaart actieve deelname, door studenten aan te moedigen door te vragen en vervolgstappen te formuleren. Dit versterkt hun zelfregie en maakt feedbackmomenten constructiever.
Wat was de aanleiding van je onderzoek?
Tijdens de introductieweek in leerjaar 2 viel het mij op dat veel studenten al veel stress ervaarden, terwijl zij zich nog midden in de kennismakings- en opstartfase bevonden. Als SLB’er voer ik in deze eerste weken kennismakingsgesprekken met mijn studenten. In deze gesprekken kwam duidelijk naar voren dat veel studenten hoge verwachtingen en perfectionistische eisen aan zichzelf stellen. Deze hoge mate van perfectionisme leidt ertoe dat studenten een te hoog verwachtingpatroon hanteren ten aanzien van hun eigen functioneren. Dit zorgt voor extra druk en stress. Leren is echter een proces van vallen en opstaan, waarin fouten maken een belangrijk onderdeel is. Juist deze ruimte om te mogen experimenteren en leren van fouten lijkt te ontbreken bij een deel van deze leeftijdscategorie. Dit signaal vormde de aanleiding voor het onderzoek.
In welke context vond je onderzoek plaats (les, klas, team, school breed)?
Het onderzoek vond plaats binnen de context van de opleiding Mediavormgever aan het Mediacollege Amsterdam, specifiek in leerjaar 2 en leerjaar 4. Leerjaar 1 is bij dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Studenten in het eerste leerjaar stromen rechtstreeks in vanuit het VMBO en bevinden zich in een oriënterende fase waarin zij vooral kennismaken met de school, de opleiding en de manier van onderwijs. Om die reden lag de focus van het onderzoek op studenten in leerjaar 2 en 4, aangezien zij al beter bekend zijn met de opleiding en het onderwijsconcept.
Wat wilde je te weten komen?
Met dit onderzoek wilde ik meer inzicht krijgen in waar prestatiedruk en stress bij studenten vandaan komen en welke factoren hierop van invloed zijn.
Wat wilde je opleveren?
Aanvankelijk had ik nog geen scherp afgebakend beeld van de specifieke problemen die binnen dit onderzoek centraal zouden komen te staan. Juist deze open uitgangspositie maakte het onderzoek voor mij interessant. Door het uitzetten van een enquête onder studenten uit leerjaar 2 en leerjaar 4 kreeg ik meer inzicht in de richting waarin het onderzoek zich kon ontwikkelen.
Parallel hieraan verdiepte ik mij in een relevant onderzoek van het Trimbos-instituut naar prestatiedruk en stress onder MBO-studenten. Daarbij herkende ik duidelijke overeenkomsten met mijn eigen onderzoeksresultaten, met name op het gebied van hoge, intern en sociaal opgelegde ideaalbeelden. Wat echter opvallend naar voren kwam uit mijn enquête, was dat studenten ook stress ervaarden door de verwachtingen die zij toeschrijven aan docenten.
Deze bevinding vormde de aanleiding om een focusgroep samen te stellen, bestaande uit vier studenten uit leerjaar 4. In interviews ging ik met hen dieper in op wat zij bedoelen met “verwachtingen van de docent”. Uit deze diepte-interviews kwam naar voren dat studenten het gevoel hebben dat er soms hoge verwachtingen worden gesteld aan hun niveau, terwijl zij zichzelf nog duidelijk in een lerende fase zien. Hierdoor ontstaat spanning tussen wat studenten denken te moeten laten zien en waar zij zelf staan in hun leerproces.
Daarnaast bleek dat studenten feedback regelmatig persoonsgericht interpreteren. Feedback wordt niet altijd gezien als ondersteuning van het product of proces, maar raakt aan hun gevoel van eigenwaarde. Hierdoor kan feedback als negatief of afwijzend worden ervaren, terwijl docenten feedback juist bedoelen als aanzet tot verbetering. Deze verschillende interpretaties dragen bij aan onzekerheid en stress rondom feedbackmomenten. Studenten gaven bovendien aan dat angst voor negatieve feedback hun motivatie kan beïnvloeden en in sommige gevallen leidt tot uitstelgedrag. Ook werd een gebrek aan regie benoemd: studenten voelen zich soms gestuurd door verwachtingen van de opleiding en docenten, in plaats van eigenaar van hun eigen leerproces.
Deze inzichten maakten duidelijk dat niet zozeer de feedback zelf spanning veroorzaakt, maar de manier waarop feedback wordt begrepen, geformuleerd en geïnterpreteerd. Vanuit deze constatering verschoof de focus van het onderzoek naar het versterken van de regie van studenten in feedbacksituaties. Dit leidde tot de vraag hoe studenten ondersteund kunnen worden bij het gerichter en explicieter formuleren van hun feedbackvragen.
De opbrengsten van de interviews vormden de basis voor de eerste ideeën rondom een prototype. Voordat het uiteindelijke prototype tot stand kwam, zijn meerdere prototypes de revue gepasseerd. Na feedback van mijn mede-onderzoekers binnen het practoraat ontstond het idee om een praktisch hulpmiddel te ontwikkelen voor studenten: een feedbackkaart.
Dit hulpmiddel is gericht op het ondersteunen van studenten bij het concreet formuleren van hun feedbackvraag. Het uiteindelijke prototype is een gesprekstool voor docenten, waarmee studenten worden geholpen om gerichter feedback te vragen over hun ontwerpproces. Door feedbackvragen te expliciteren ontstaat meer duidelijkheid tussen student en docent, wat kan bijdragen aan het verminderen van onzekerheid en spanning rondom feedbackmomenten.
Hoe heb je je onderzoek aangepakt (informatie vinden, experts bevragen etc.)?
Omdat het om een heel specifiek probleem gaat, heb ik mijn onderzoek vooral gericht op veldonderzoek binnen het Mediacollege, met directe betrokkenen zoals de docenten, studenten, als onderwijsdeskundige van de opleiding Mediavormgever.
Waar liep je tegenaan?
Binnen dit onderzoek merkte ik dat het verwerken van de onderzoeksresultaten en het vasthouden van een duidelijke rode lijn een grote uitdaging vormde. De hoeveelheid verschillende invalshoeken rondom prestatiedruk en stress maakte het lastig om scherp te krijgen waar het probleem zich precies binnen de onderwijscontext bevindt.Interne factoren, zoals een laag zelfbeeld, onzekerheid en perfectionisme, kwamen duidelijk naar voren. Tegelijkertijd merkte ik dat ik hier als onderzoeksdocent binnen de context van het Practoraat Mediawijsheid slechts in beperkte mate invloed op heb. De externe factoren, zoals ervaren verwachtingen vanuit de opleiding en docenten, bleken minder concreet en moeilijker af te bakenen. Daarnaast zorgde de hoeveelheid beschikbare literatuur, data en perspectieven ervoor dat het soms lastig was om focus te behouden en objectief te blijven kijken naar de onderzoeksresultaten. Het voortdurend afwegen van relevante informatie vroeg om bewuste keuzes in wat wel en niet werd meegenomen in het onderzoek.
Wat gaf je energie?
De relatie met de studenten en de openheid waarmee zij deelnamen aan de interviews waren bijzonder om te ervaren. Het vertrouwen dat zij toonden, maakte het mogelijk om waardevolle en eerlijke inzichten op te halen. Daarnaast was het prettig om te merken dat ook onderwijsdeskundigen en collega’s schoolbreed bezig zijn met dit thema en de noodzaak van mijn onderzoek onderschreven. Dit heeft bijgedragen aan mijn enthousiasme en gaf mij positieve energie om iets te creëren dat daadwerkelijk aansluit bij de behoeften van de studenten. De aanmoedigingen van mijn collega’s en de coaching vanuit het Practoraat Mediawijsheid hebben me daarnaast veel energie gegeven.
Wat hebben andere docenten aan je onderzoek?
Andere docenten kunnen de opbrengsten van dit onderzoek gebruiken om feedbackmomenten bewuster en effectiever vorm te geven. Het uiteindelijke product, de feedbackkaart, is een gesprekstool waarmee docenten studenten kunnen begeleiden bij het formuleren van een gerichte feedbackvraag, specifiek gericht op het ontwerpproces. De kaart helpt studenten om vooraf na te denken over welke onderdelen van hun werk zij willen bespreken en welke hulpvraag zij daarbij hebben.
Daarnaast ondersteunt de feedbackkaart docenten in het stimuleren van actieve deelname van studenten aan het feedbackproces. Studenten worden aangemoedigd om door te vragen bij onduidelijkheden en om concrete vervolgstappen te formuleren om hun werk te verbeteren. Dit versterkt de zelfregie en het zelfvertrouwen van studenten binnen hun leerproces en helpt hen om feedback te benaderen als een leermiddel, in plaats van als kritiek. Hierdoor kunnen feedbackmomenten voor zowel student als docent constructiever en minder belastend worden.