Met deze informatie heb ik ook mijn collega’s ondervraagd of zij openstaan voor een oplossing. Ik wilde hiermee beide groepen tegemoet komen en beide behoeften (zover mogelijk) verwerken in het prototype en uiteindelijke product.
Waar liep je tegenaan?
Ik liep tegen meerdere dingen aan: te lang blijven hangen in het onderzoeken van het probleem, waardoor ik in een loepje bleef hangen. Op een gegeven moment moest ik de sprong naar ontwerpen maken, dit had ik achteraf gezien eerder kunnen doen. Toen ik eindelijk ging ontwerpen had ik zoveel ideeën dat ik door de bomen het bos niet meer zag en hierdoor werd het een gigantisch project. Ik was aan het worstelen met hoe ik het kleiner kon maken, dit is gelukkig met hulp van onderwijskundige collega’s Guuske en Laura gelukt.
Wat gaf je energie?
Dat zowel studenten als docenten ook enthousiast raakten over het idee waar ikzelf enthousiast van werd. Studenten vonden het kaartjessysteem een goede start en docenten vonden het erg prettig om kleine en concrete tips te krijgen die snel toepasbaar zijn in de les.
Wat hebben andere docenten aan je onderzoek?
Door de kaartjes worden de docenten geprikkeld om na te denken over eigen handelen. Als docenten verder in de kaartjesbak kijken, krijgen ze verdiepende informatie zoals welk effect dit heeft en wanneer dit in de les of het schooljaar kan worden toegepast met daarbij handige tips en tricks. Ook als docenten bevoegd zijn en/of langer in het onderwijs werken, is dit een fijne eyeopener of opfrisser. Voor beginnende docenten kan dit houvast zijn.