Wat was de aanleiding van je onderzoek?
In mijn lessen Vormgeven ontwerpen studenten meubelstukken die zij later in het vak Praktijk Meubelmaken daadwerkelijk realiseren. Voordat een ontwerp tot stand kan komen, is het belangrijk dat studenten informatie en inspiratie verzamelen om hun ontwerp richting en inhoud te geven. Dit kan op verschillende manieren: door een museum te bezoeken, in boeken te bladeren, naar muziek te luisteren of online te zoeken.
Wat me opvalt, is dat studenten tegenwoordig ook vaak hun inspiratie halen van TikTok – iets wat voor mij nog vrij nieuw is. Daarnaast wordt Pinterest veel gebruikt. De beelden die ze daar vinden, verwerken ze vervolgens in hun moodboards, mindmaps en onderzoeksdocumenten. Vaak gebeurt dit echter zonder bronvermelding. Dat roept bij mij de vraag op: wat zouden studenten ervan vinden als hun meubelstuk in een publicatie terechtkomt zonder dat hun naam erbij vermeld wordt? Wanneer is iets eigenlijk ‘jatten’, en wanneer is het ‘inspiratie’?
Voor het practoraat hebben we een oriënterende enquête online gezet om het Practoraat Mediawijsheid zichtbaarder te maken voor collega’s. Hierin geven we aan dat wij als onderzoeksdocenten de ruimte krijgen om onderzoek te doen naar onderwerpen waar collega’s vaak geen tijd voor hebben, en dat hun input hierin waardevol is. Uit de enquête bleek onder andere dat collega’s van het studiecentrum – een plek waar studenten boeken kunnen lenen, zelfstandig kunnen werken en materialen kunnen bekijken – graag willen bijdragen aan het verbeteren van de onderzoeksvaardigheden van studenten.
Dat zette me aan het denken: wat wordt er eigenlijk precies verwacht van een mbo-student op het gebied van onderzoeksvaardigheden? Hoe moeten zij bronnen vermelden? Wat staat hierover in het kwalificatiedossier en het curriculum? En hoe kunnen we het studiecentrum – het kloppende hart waar diverse media te vinden zijn – een betekenisvolle rol geven in het leerproces van studenten?Tegelijkertijd moeten we realistisch zijn: we kunnen niet verwachten dat een mbo-student onderzoek doet op academisch niveau.
In welke context vond je onderzoek plaats (les, klas, team, school breed)?
Deze enquête maakte deel uit van een schoolbreed onderzoek. Om het behapbaar te maken, heb ik de focus verkleind en samengewerkt met het studiecentrum — een plek waar studenten boeken kunnen lenen, zelfstandig kunnen werken en materialen kunnen bekijken. Daarnaast heb ik een aantal zaken getest binnen de muren van mijn eigen klaslokaal.
Wat wilde je te weten komen?
Ik wil nagaan of er binnen het curriculum en het kwalificatiedossier richtlijnen zijn opgenomen met betrekking tot bronvermelding waaraan mbo-studenten moeten voldoen. Daarnaast wil ik onderzoeken hoe ik studenten kan ondersteunen bij het correct vermelden van bronnen, met name bij het gebruik van beeldmateriaal. Het doel is om vanuit deze informatie een richtlijn op te stellen die HMC-breed gehanteerd en begeleid kan worden.
Wat wilde je opleveren?
Uiteindelijk heeft dit onderzoek geleid tot een bronvermelding generator die studenten helpt bij het correct vermelden van bronnen. Door stap voor stap de gegevens in te voeren, genereert de tool automatisch een juiste bronvermelding.
De inhoud waaraan deze generator moest voldoen, is tot stand gekomen met behulp van de medewerkers van het studiecentrum. Omdat dit het kloppende hart is waar diverse media beschikbaar zijn, is het ook de juiste plek voor studenten en medewerkers om de generator te vinden. Daarom wordt de generator geplaatst op de SharePoint-pagina van het studiecentrum.
Hoe heb je je onderzoek aangepakt (informatie vinden, experts bevragen etc.)?
Zoals hierboven al beschreven, is dit onderzoek gestart op basis van de enquête die we hebben gedeeld met collega’s van het HMC. De uitkomsten daarvan heb ik vergeleken met wat er speelt in mijn eigen onderwijspraktijk. Dit vormde het startpunt van het project. Vervolgens heb ik met de coördinatoren van het studiecentrum van het HMC in Amsterdam en Rotterdam gesproken over deze bevindingen en wensen. Samen hebben we een plan opgesteld.
Daarna heb ik zelf, met behulp van ChatGPT, een prototype van de bronvermeldinggenerator geprogrammeerd. Dit prototype is getest door collega’s van het studiecentrum, waarna ik hun feedback heb verwerkt. Uiteindelijk is de tool ook getest door studenten.
Waar liep je tegenaan?
Deze praktische tool is erg handig, maar ik vond het lastig om te bepalen of docenten van andere mbo-scholen hier ook iets aan hebben.
Wat gaf je energie?
Wat mij plezier gaf, is dat het een tool is geworden die HMC-breed kan worden ingezet en dat dit het begin vormt van een richtlijn die we kunnen hanteren. Ook de samenwerking met het studiecentrum was erg prettig. Vooral het spelen en ontdekken met ChatGPT om de tool vorm te geven, was een feestje.
Wat hebben andere docenten aan je onderzoek?
De bovenstaande vraag over waar ik tegenaan liep, heeft mij het inzicht gegeven dat het interessanter is om te delen hoe ik ChatGPT heb ingezet om te leren programmeren. Zo kunnen collega-docenten hier zelf ook mee aan de slag, op hun eigen manier.