Wat was de aanleiding van je onderzoek?
Begin dit schooljaar kreeg ik de vraag van mijn teamleider, of ik in het kader van de extra taken, deel wilde nemen aan het Practoraat Mediawijsheid om een onderzoek te doen naar het gebruik van digitaal portfolio op het HMC.
In welke context vond je onderzoek plaats (les, klas, team, school breed)?
Uiteindelijk heb ik dit niet onderzocht. Naar mijn idee was dit al eens onderzocht door collega’s. Bij navraag bleek dit ook zo te zijn en daar was zelfs een rapport met een aanbeveling van. De aanbesteding voor een digitaal portfolio liep nog en aan het gebruik van een testversie zaten teveel AGV haken en ogen. Verder maken wij op het HMC gebruik van het programma Learnbeat waar studenten best een flink bedrag voor betalen. Hier zit ook een digitaal portfolio in. Ik vroeg mij dus af waarom dat niet gebruikt werd.
Mijn collega Jorinde Verweij ging het gebruik van het Learnbeat portfolio al testen. Het leek mij onzinnig wanneer ik dat ook nog eens ging onderzoeken. In het verlengde hiervan leek het mij wel heel nuttig om duidelijke praktijk opdrachten te hebben. Opdrachten plus leerdoelen zijn beschreven, zodat (inval)docenten en studenten weten wat er van hun verwacht wordt. Wat ze van elkaar kunnen verwachten en hoe en waarop er beoordeeld wordt.
Wat wilde je te weten komen?
Ik wilde weten of een opdracht zoals hierboven beschreven, zou leiden tot beter zelfsturend leren bij studenten. Of het de opbrengst positief zou beïnvloeden en of er bij studenten en bij docenten meer duidelijkheid zou zijn over wat ze van elkaar kunnen verwachten.
Hoe heb je je onderzoek aangepakt (informatie vinden, experts bevragen etc.)?
Ik heb de bestaande opdracht ‘Stoel’ voor de tweedejaarsstudenten Bol 3 herschreven in een format dat door het HMC wordt aangeleverd. Ik heb hier werkbonnen bij herschreven (werkbonnen zijn een soort werkbriefjes waar de student zijn stappen voor een bepaald onderdeel ziet en voorziet van aandachtspunten). Het proces gaat de student zelf beoordelen als het onderdeel gemaakt is. Daarna beoordeelt de docent en krijgt de student feedback op het proces dat de student doorlopen heeft. Deze werkbonnen zijn de procesbeoordeling en zijn onderdeel van de totale beoordeling die aan het eind, wanneer het werkstuk helemaal af is, plaatsvindt.
Voor de eindbeoordelingen proces en product, heb ik een beoordelingsschema gemaakt, ookwel rubric genoemd. Hierin staat precies beschreven wanneer iets goed, voldoende of onvoldoende is. Alle beoordelaars beoordelen de studenten daardoor op dezelfde manier.
Ik heb alle namen van de kerntaken en werkprocessen uit het kwalificatiedossier aan de opdracht en aan de rubric toegevoegd. Hierdoor gaan studenten vast wennen aan de termen uit het kwalificatiedossier, waarop de studenten aan het eind van hun opleiding beoordeeld worden. Ik heb een uitleg gemaakt voor collega’s over het gebruik van de werkbonnen en het waarom. Verder heb ik met ScreenPal filmpjes gemaakt voor collega’s, hoe ze de werkbonnen moeten gebruiken en hoe ze weggeschreven moeten worden in het totaal overzicht per klas.