De studenten gaan allemaal voor hun stoel staan. De docent begint vervolgens met het stellen van algemene vragen. Bijvoorbeeld: ‘’Wie komen er allemaal met de trein naar school?’’ Iedereen die als antwoord ja heeft moet dan vervolgens gaan zitten. Dit blijf je doen tot dat er nog maar 1 student staat.
Deze werkvorm kan je natuurlijk ook inzetten om een inhoudelijke vraag te stellen. Bijvoorbeeld: ”Ga staan (of zet je camera aan) als je weet wat phishing is”.