De studenten zitten of staan op hun plek of in een cirkel. De docent stelt zich als eerste voor en vraagt daarna aan een student om eerst de docent voor te stellen en daarna zichzelf. Je kunt ervoor kiezen om de studenten te vragen om hun hobby te vertellen, of alleen hun naam. Bijvoorbeeld: mijn naam is Max en ik ben docent Engels. Daarna volgt de student met: ‘Dat is Max en hij is docent Engels, mijn naam is Outger en ik loop graag hard’.
Tip: wanneer studenten samenwerken met andere klassen, of zelfs andere opleidingen zou je studenten dit ook als kennismaking kunnen laten doen.