Ook dat studenten graag willen dat het programma met zo min mogelijke informatie begrijpt wat ze bedoelen, en daarmee een soort digitale avatar van hen kan worden, zorgde voor een kritische noot van collega’s. Collega’s zien met het huidige ontwerp juist de kans om studenten goede vragen te leren formuleren, de juiste context te leren beschrijven en om goed na te leren denken over wat ze precies willen dat het programma tekstueel of visueel genereert.
Waar liep je tegenaan?
Ik had niet genoeg tijd om de data te verzamelen en om de studenten verder te bevragen op hun antwoorden. Ik zou graag nog meer willen weten. Wat bedoelen ze precies, hoe zien ze een aantal zaken voor zich? Hoeveel privacy zouden ze willen opgeven? Welke data en hoeveel data willen ze delen met zo’n programma, opdat het uiteindelijk een “virtuele avatar” van hen wordt? Waarom zouden ze willen dat zo’n programma een persoonlijke digitale adviseur van hen wordt, waarom niet een echt persoon? Waarom vertrouwen ze een “abstract” algoritme meer dan een echt persoon?
Wat gaf je energie?
Ik kreeg energie van het praten met studenten over hun antwoorden en samen nadenken over de betekenis van hun antwoorden. Bijvoorbeeld, waar ligt de grens van wat AI op den duur allemaal kan? Wat leer je nog als AI al het denken voor jou kan doen? En wat nou als het zo leert denken, praten en schrijven als jij, waar ligt dan de grens tussen de student als persoon en een digitale avatar?
Wat hebben andere docenten aan je onderzoek?
De positieve en enthousiaste kijk van studenten op technologie, nodigt docenten uit om na te denken en te fantaseren over de mogelijkheden van AI. Tegelijkertijd doet het een beroep op docenten om samen met studenten kritisch te blijven kijken naar de inzet, mogelijkheden en consequenties van alle vormen van AI.