Alle studenten zitten. Op verzoek van de docent staat één persoon op – gaat voor de eigen stoel staan – en begint zich voor te stellen. De regel is dat als iemand iets herkent in het verhaal van de spreker, die student opstaat en de beurt overneemt. Elk verhaal van een student begint met het noemen van de eigen naam en het benoemen van wat die persoon gemeen heeft met de klasgenoot van die student en sluit af met wat de student verder over zichzelf wil vertellen.