Ik vond het zelf erg belangrijk om de dagelijkse gebruiker de ruimte te geven. Ze konden aangeven hoe zij met applicaties en systemen om kunnen en willen gaan. Prioriteit was de praktische invulling en toewijzing van doelen aan systemen in plaats van de theoretische intentie.
Omdat er een groot verschil zit tussen de twee manieren, en daarmee ook de resultaten en wensen, ontstond er een ‘versus’ situatie. Het balanceren tussen deze twee invalshoeken zorgde voor een uitdaging om een middenweg te vinden waarin beide partijen tevreden konden zijn.
Wat gaf je energie?
Het proces was af en toe erg vermoeiend en ik kon daardoor niet altijd energie uit het onderzoek krijgen. De grenzen proberen op te zoeken in het belang van de studenten. Maar ook het ontdekken van de ruimte binnen de gestelde kaders kon daarentegen ook energie opleveren. Het flexibel opstellen, het brainstormen en zoeken naar oplossingen valideerde mijn eerder gestelde onderzoeksvraag. Het belang om met deze vragen verder te gaan werd door het onderzoek alleen maar bevestigd.
Wat hebben andere docenten aan je onderzoek?
Ik hoop vooral dat de docenten, onderwijskundigen en beleidsmakers zien dat een top-down aanpak niet altijd de gewenste resultaten oplevert. Het gaat tenslotte om de eindgebruikers. Zodra je die meer meeneemt in het maken van beleid is er meer begrip en daarmee ook minder verantwoording van keuzes nodig.
Daarnaast heb ik de resultaten uit mijn enquête en interviews samengevat in een infographic waarin algemene producteisen staan voor digitale systemen. Deze zelfde eisen kwamen ook voor in de reacties op de wegwijzer die ik heb gemaakt voor de studenten. Andere docenten kunnen dit vrij universeel inzetten wanneer ze hun onderwijs en/of systemen gaan ontwerpen of inrichten.
Uiteindelijk is het belangrijkste wat ik ze wil meegeven na het bekijken van mijn resultaten. Ga in gesprek met studenten over het/jouw onderwijs. Haal evidence op en baseer daarop de volgende stappen. Blijf samen met de studenten ontwikkelen en innoveren.