JE HEBT ONS GEHACKT

emoji

Dan is deze conferentie echt wat voor jou!

Online identiteit

Studenten maken een infographic over hun online en offline identiteit en digitale sporen.

Online identiteit
Tijdsduur:
60 min.
Mbo-niveau:
3 | 4
Benodigdheden:
Laptops
In te zetten bij:
Burgerschap | Nederlands | SLB

Competentie

De student heeft inzicht in de medialisering van de samenleving.

Lees hier meer over de verschillende mediawijsheid competenties

Thema

Omgaan met (sociale) media

Lesdoelen

  • De student weet wat het verschil is tussen online en offline identiteit
  • De student kan zijn eigen digitale sporen en online gedrag in kaart brengen
  • De student kan een infographic maken
  • De student is zich bewust van zijn of haar online identiteit en is op de hoogte van de mogelijke consequenties en kansen die dit biedt

Te leveren producten

Infographic over de eigen online identiteit.

Beginsituatie

De student is online erg actief, maar is niet bewust bezig met het effect van zijn of haar online gedrag.

Vooruitkijken - 20 min

Energizer

Er worden twee stellingen opgenoemd, als een student het daarmee eens is gaat hij staan als een student het daarmee oneens is gaat hij zitten. Voorbeelden van stellingen zijn:

  • Toekomstige werkgevers doen er goed aan om sollicitanten eerst via sociale media op te zoeken
  • Het liken van posts op Facebook is onschuldig en kan geen gevolgen hebben voor het solliciteren op een toekomstige baan

Theorie

Digitale gegevens worden steeds belangrijker voor studie, werk en het sociale leven. Zo kijkt 86 procent van de Amerikaanse recruiters op social media om meer te weten te komen over de sollicitanten. Ook universiteiten gebruiken het web om zo informatie te vergaren over potentiële studenten die zich hebben ingeschreven. En ruim de helft van de Amerikaanse mannen en 43 procent van de vrouwen bekijkt online informatie over hun potentiële dates. Kortom, bewust of onbewust vormen we een online identiteit, die effect kan hebben op ons ‘offline’ leven.

Offline identiteit

Mensen creëren een beeld van jou op basis van jouw gedrag en informatie die je overdraagt, zoals je uiterlijk, taalgebruik, dialect, kleding, vriendengroep, leefwijze, hobby’s, welke sport je uitoefent, beroep, je CV en nog vele andere informatie die je bewust of onbewust deelt.

In de ‘offline’ wereld heb je vaak meer controle over de informatie die je verspreid. Zo stuur je bijvoorbeeld jouw CV gericht naar diverse bedrijven in plaats van dat deze voor iedereen beschikbaar is op LinkedIn. Thuis met je vrienden jouw vakantiekiekjes bekijken is een momentopname. Foto’s op Facebook zijn vaak voor meer mensen toegankelijk en kunnen op meerdere momenten worden bekeken. Wanneer een klant niet tevreden is over een door jou geleverd product kan je dit rechtsreeks met hem of haar bespreken. Wanneer er een negatieve review op internet wordt geplaatst zal je openbaar moeten reageren. In de “offline” wereld is het scheiden van privé en zakelijke informatie makkelijker.

Online identiteit

In de ‘online’ wereld is veel informatie eenvoudig, snel en voor iedereen toegankelijk. Net zoals in de “offline” wereld wordt ook hier een beeld gevormd op basis van jouw gedrag en beschikbare informatie.

Online beschikbare informatie zijn bijvoorbeeld geplaatste berichten, foto’s, video’s, contactgegevens, je CV, waar je werkt of welke studie je volgt. Bij online gedrag kan je denken aan bijvoorbeeld jouw taalgebruik op Facebook of Linkedin, het soort foto’s die over jou zijn gepubliceerd, muziek of andere interesses die je hebt “geLiked”. Doordat veel online informatie voor iedereen toegankelijk is lopen privé en zakelijke informatie door elkaar.

Een groot gedeelte van de online informatie publiceer je zelf via bijvoorbeeld social media zoals Facebook, LinkedIn of via blogs, reissites of fotosites.

Daarnaast publiceren steeds vaker andere personen informatie over jou op het internet. Denk bijvoorbeeld aan berichten, foto’s en video’s waarin jij voorkomt, reviews over door jou aangeboden producten of diensten of jouw naam die voorkomt op een deelnemerslijst van een seminar waaraan je hebt deelgenomen.

Uitvoering - 30 min

De student gaat onderzoeken wat zijn online identiteit is en maakt daar een infographic over. In de infographic zet je:

  • hoeveel tijd je besteedt op social media
  • Hoe vaak je iets post op een social media app
  • Hoe vaak je iets leuk vindt op social media
  • Welke apps je het meest gebruikt

De infographic is te maken met PiktochartInfogram of met Easel.ly.


Opdracht vereenvoudigd – Extra uitleg

In plaats van een infographic maakt een student een schema met informatie over zijn online identiteit.


Verdiepingsopdracht

Studenten die de infographic snel afhebben, zouden ook nog als vervolgopdracht kunnen kijken wat de voor en nadelen zijn van elke app of medium. Zijn er zaken die nu online staan die negatief uit kunnen pakken voor hen? Of zijn er juist zaken die ze aan willen maken om kans op baan te verhogen? Denk aan een LinkedIn profiel.

Terugkijken - 10 min

Was het moeilijk om informatie over jezelf te vinden?  Ben je verrast over de resultaten voor de infographic?

Evalueren in beelden

Aan het einde van de les krijgt iedere student de opdracht om middels een plaatje uit te drukken hoe zij de les hebben ervaren. Dit kan door de studenten zelf een foto of een plaatje uit te laten kiezen, maar de docent kan ook al een reeks plaatjes en foto’s gereed hebben waar de studenten uit kunnen kiezen. Zodra de student een foto of plaatje heeft uitgezocht vertelt hij kort waarom hij voor dit plaatje heeft gekozen. Het kan ook een vaste vorm van evalueren aan het einde van de les zijn waarbij steeds twee studenten aan bod komen om hun verhaal te doen.

 

Onze lessen vallen onder de Creative commons licentie